friends & linksfriends%26links.html
THE KOKRA FAMILYthe_kokra_family.html
the pink gazepink_gaze.html
animationsanimations.html
welcomeline.html
workwork.html
technicstechnics.html
photopictures.html
textstexsts.html
sport&mind
bio/cvbio_cv.html
 












WETEN WAAROM

Bovenin deze bladzijde staat mijn ‘sleutel-tekst’ met als titel weten waarom.

Ik lees hem door als ik niet duidelijk voor ogen heb waarom ik iets wil of doe. Toen, ergens in november vorig jaar in de Zen-actueel de Zuid-Korea Sesshin reis werd aangekondigd, was ik alleen thuis. Mijn vrouw was in Canada. Ik gaf me eigenlijk meteen op, zonder overleg. Op het zelfde moment dat ik me aanmeldde voelde ik mij schuldig, vanwege het niet overleggen en het vermoeden dat ik eigenlijk niet eens weet waarom. Ik kwelde mijzelf vanaf dat moment meteen ook met dit besef: waarom? Dadelijk valt die vraag dáár, tijdens een persoonlijk onderhoud en wat is dan je antwoord?

In de maanden die aan de reis vooraf gingen kreeg het meer vorm, de verantwoording thuis kwam goed dankzij de grote empathie van mijn vrouw en mijn antwoord kreeg een beetje een tweeledig gestalte: enerzijds komen mijn daden voort vanuit het ‘handelen’ en anderzijds wist ik: ik wil ergens doorheen,; ik wil verder komen dan ik kwam op mijn eerste Sesshin (Zen.nl Herfst-Sesshin 2015).

Mijn ‘handelen’ is vaak intuïtief, het is altijd mijn drijfveer geweest, ook tijdens mijn intensieve wedstrijdroei-jaren. Ik houd van de oefening; het trainen. Ik hoef niet perse een wedstrijd te winnen, als ik maar weet dat ik het beste heb gedaan wat ik toen op dat moment kon dan had ik voor mezelf al gewonnen, deze drive was tijdens het trainen net zo sterk. Eigenlijk maakt het me niet uit of ik alleen train of een wedstrijd roei: de intentie is altijd gelijk. “ik train om het trainen”, “ik houd van het oefenen”. En zo zit ik om mijn kussen, niet om iets te winnen maar omdat ik houd van ‘elke keer, is weer de nieuwste keer’.

Ok, we gaan: een lange, lange reis met een moeilijk begin: de staatsgreep in Turkije, die vrijdag, de 12e juli, 2016. Iets in me zegt: we gaan niet meer, vergeet het, de wereld brand aan alle kanten en jij moet persé zitten op een kussen in Zuid-Korea, het valt me zwaar (of zoek ik een uitvlucht? ik weet ook dat ik bang ben voor de warmte).

In het hostel geef ik me vrijwillig op voor het raamloze kamertje, ik besluit de airco meteen af te zetten en lig in mijn donkere cel te zweten. Als we dadelijk in het klooster zijn zal alles meevallen stel ik me voor, erger dan dit kan het niet worden.

De warme van mijn “celletje” in Seoel was slechts een voorspel, besef ik zodra we de uit taxi stappen en het hellende klooster terrein betreden.

Deze warme is massief.

We krijgen onze vaste plek aangewezen in de Zendo. Ik zit naast een kleine Koreaanse, een soort Yoga-Wonder-Woman. Ze zit als een ‘speer’ in de volledige lotus, roerloos. Ik weet dat ik diep onder de indruk ben, ik weet dat ik jaloezie voel en baal van mezelf (toch die wedstrijd willen winnen?).

De komende dagen gaat mijn zitten deels hierover: de inspiratie die ik krijg van haar: ik leer stiekem, ik kijk naar haar houding, het rekken voor en na het zitten. Ik ben blij dat ik juíst naast haar zit en wat een lessen zijn hier te leren: laveren tussen afgunst en inspiratie.

Er ontstaat een klein woordeloos conflict: zij wil de ventilator uit ik wil hem aan. Ik geef in en laat haar beslissen. Plots is de wedstrijd weg, ik voel me sterk: geen strijd meer. De uren, minuten, dagen tikken traag door, ik groei van binnen. Ik vindt mijn vorm het is een soort micro-yoga, heel klein: onzichtbaar.

Het lukt me, soms, om ‘inwendig te bewegen’. Kan dit niet goed uitleggen.

Maar de hitte is en blijft. De tweede monnik, Hye Tong Sunim, geeft een kleine ‘talk’ en verteltd dat zij (de monniken), het ook zwaar hebben met de warmte en het geeft troost.

We zitten en lopen, de loopmeditatie is onmisbaar, steevast 10 minuten en ik mis er géén één: ik houd ervan om in de Zendo te zijn. Luisteren: naar de krekels, de nachtvogels, elkaars voetstappen tijdens de Kin-Hin.

De dagen zijn gevuld met een strak schema: de eerste ochtend ontdek ik dat mijn horloge stilstaat, precíes om 3 uur: opstaan tijd. Ik houd van de tijd, ik houd van mijn horloge, ik weet altijd hoe laat het is, hoe lang iets duurt. Dit is een wondertje. Want het lukt me om over te schakelen op de openbare klokken in het tempelcomplex, ze zijn gelukkig overal en wonderbaarlijk gelijk: wat een mooie oefening.

Elke dag is er iets anders: op maandag een uurtje, totaal onmisbare, ontspanning’ s oefeningen: geweldig. Op dinsdag: interviews (Dokusan).

Op woensdag buiten-loopmeditatie, mooi en moeilijk vanwege de vele afleidingen. Donderdags is er niks extra’s, dat is dan ook weer anders. Vrijdags weer ‘interviews’, zaterdags meestal een informele lunch en zondags een ‘Dharma-talk’. Zo kom je de week wel door, je kunt je altijd wel op iets verheugen of focussen.

Na een week heb ik het ook gevoel dat ik de Boeddhistische ‘formele-ontbijt/lunch-choreografie’ begrijp, ik ben er niet meer bang voor en in mijn gedachten stroomt het water als een beekje van kom tot kom. Dan kondigt de hoofdmonnik aan dat ‘de nieuwen’: wij dus, ook wel kunnen participeren in het opdienen of uitdelen van soep en water. Ok, ik doe mee, het is heel spannend: weer nieuwe handelingen en weer de angst fouten te maken. Maar, ik ben rustig aan het worden: fouten zijn OK, ik geniet van de spanning en de strenge routine én tofu met pindakaas en ‘Kimchi’, als ontbijt is heerlijk.

Dit handelen: het fysieke, je aanwezigheid in het nu, het komt op zijn sterkst naar voren tijdens het ‘chanten’: s’ morgens en s’ avonds. Prachtig is het hoe je binnen een week al merkt dat je kunt zingen en buigen, (opstaan en zitten) tegelijk. De eerste dagen ben ik duizelig na ieder opstaan maar zing door, wetend dat dít je hart en longen opkrikt en stimuleert maar ook je geest, door het gevoel van de gezamenlijkheid. In het onmisbare tekstboekje staat een prachtig voorwoord van Seung Sahn Haeng Won Sunim: de kern van het zingen is niet “I” en “sound”, maar het complete samenvallen met elkaar in het ‘nu’, op dat moment verdwijnt je ego en vorm je een geheel, de louterende uitwerking van dit is een kado.

Tijdens de interviews heb ik geen vragen, het is niet uit arrogantie of wat dan ook maar het is zo naturel voor mij om je te focussen op ‘het handelen’ dat er geen vragen zijn. De interviews zijn daardoor ultra kort maar helder, ik geloof dat ik aan die paar woorden genoeg heb en neem ze mee, wetend wat me te doen staat.

Zo komt er uiteindelijk een einde aan de twee weken retraite. Vanuit mijn beleving een compleet verhaal over hoe handelen je denken stuurt en niet andersom. Mijn denken heeft niet stilgestaan, zo ver ben ik niet. Maar ik heb een proefje gehad van een denkend handelen. Én een inzicht over het belang van het zitten gloort aan mijn horizon. Gelukkig ben ik ook compassievol naar mijn eigen zitten gebleven want ik heb ook gestaan. Dat de mogelijkheid tot staan je hier wordt aangeboden heb ik als oefening gebruikt. Het zitten kreeg hierdoor een verzachtende omstandigheid. Blij constateerde ik dat rigiditeit je hier niet helpt. Voor mij was juist de mildheid naar mezelf een mogelijkheid om zelfs over je eigen zitten te kunnen reflecteren. Ook een liefdevolle daad naar jezelf kunnen maken zodat je handelingen geen straf zijn maar juist weer die oefening: Géén verbetenheid. Één opmerkelijk detail: ik ontdekte dat mijn mond een verbeten trek heeft tijdens het mediteren. Enkelen hadden mij voorzichtig gevraag: “are you OK?” Eerst snapte ik niet waarom, langzaam, ik denk tijdens een Kin Hin voelde ik de strakheid van mijn gesloten mond, ik dacht aan de glimlach, waar is mijn smile?   “A tiny bud of a smile on your lips nourishes awareness and calms you. It returns you to the peace you had lost. A smile is the most basic kind of peace work.” — Thich Nhat Hanh 

Ah, natuurlijk, het is nu mijn grootste oefening: mijn wangen zijn een beetje aan het opklimmen en mijn mondhoeken vallen niet meer zo. Het is weer een les erbij en ik neem hem mee tijdens het zitten, tijdens het lopen, tijdens mijn leven.

We hadden een mooie weg terug: in het vliegtuig zat ik, rustig en heb zelfs kunnen slapen. Eigenlijk voelde ik me sterk en fris die zondagochtend om half 11 op Schiphol: een gevoel wat me nog niet heeft verlaten en ik zít nu nog consequenter dan ooit om dit te consolideren.


Met respect en dank aan de hele Mu Sang Sa gemeenschap en de anderen ‘retraitegangers’, en reisgenoten.


line kramer,

Rotterdam, 13 augustus 2016


















bloem blad van een Lotus bloem van de Jogyesa tempel in Seoel, Zuid Korea